Overslaan naar inhoud

Doe het zelf

Natuursteen zelf leggen

Van het opmeten van uw tuin tot het onderhoud na de eerste winter. Negen situaties, stap voor stap, geschreven voor wie dit voor het eerst doet — en afgestemd op hoe er in Nederland en België gebouwd wordt.

Kan ik dit zelf?

Een eerlijk antwoord vooraf bespaart u het meeste geld. Natuursteen leggen is zwaar werk, maar zelden ingewikkeld werk — behalve op de plekken hieronder rechts.

Dit doet u prima zelf

  • Een terras of tuinpad op volle grond, tot ongeveer 25 m² per keer
  • Een terras op tegeldragers, als het dak al waterdicht is
  • Een binnenvloer in een rechthoekige kamer, zonder vloerverwarming
  • Randstenen rond een bestaand zwembad
  • Een wand binnen, tot ongeveer drie meter hoog

Hier belt u beter iemand

  • De waterdichting van een inloopdouche — een lek ziet u pas als het plafond eronder vlekt
  • Een vloer op nieuwe vloerverwarming, inclusief het opstoken
  • Een oprit of parkeerplek: daar is onze steen niet voor gemaakt
  • Een gevel boven drie meter of met tegels zwaarder dan 40 kg/m²
  • Een ondergrond die zichtbaar verzakt of scheurt — eerst de oorzaak, dan de tegel

Deel 1

De voorbereiding

Dit deel geldt voor elk project, binnen en buiten. Negen van de tien problemen die wij achteraf horen, ontstaan hier — niet bij het leggen zelf.

1. Opmeten en bestellen

Knip uw oppervlak op in rechthoeken, meet die apart op en tel ze bij elkaar op. Een L-vormig terras is gewoon twee rechthoeken.

  1. Deel 1 van het vlak
    lengte × breedte, in meters met twee cijfers achter de komma.
  2. Deel 2 van het vlak
    nog een keer, en optellen.
  3. Tel er 10% bij
    voor zaagverlies en een paar reservetegels. Legt u diagonaal of in een patroon, neem dan 15%. Roman sets rekent u niet per tegel maar per set van 1,44 m².

Uitgebreid: m², verpakkingen en snijverlies berekenen

Een L-vormig terras opmeten in twee rechthoeken

2. De oude vloer of bestrating eruit

Dit is het vieste en zwaarste deel, en het deel dat mensen onderschatten. Reken vooraf uit hoeveel u gaat afvoeren.

  1. De oude tegel
    Buiten wipt u die met een breekijzer op. Binnen begint u in een hoek of bij een doorgang.
  2. De lijm- of zandrestanten
    Alles moet eraf. Nieuwe lijm hecht niet op oude lijm.
  3. De ondergrond
    Nu pas ziet u wat er echt onder zit. Beoordeel die voordat u materiaal bestelt.
  4. Afvoeren
    Een oude tegelvloer weegt ongeveer 60 kg per m². Twintig vierkante meter is dus ruim een ton: dat gaat niet in de kliko. Huur een puincontainer (NL) of breng het naar het containerpark (BE), en houd steenpuin, zand en restafval gescheiden — gemengd puin is duurder.

Uitgebreid: slopen, gewicht en gescheiden afvoeren

Eerst dit controleren: asbest.

Zit er onder uw vloer oude lijm, zwarte lijmresten of vinyl uit de tijd vóór 1994 (Nederland) of vóór 2001 (België)? Begin dan niet te breken. Laat het eerst onderzoeken. Asbest is ongevaarlijk zolang het vastzit en gevaarlijk zodra u erin boort of slijpt.

Doorsnede van een oude vloer: tegel, lijmrest en ondergrond

3. Is de ondergrond goed genoeg?

Natuursteen volgt zijn ondergrond. Ligt die hol, dan draagt de tegel op zijn randen en breekt hij — soms pas na een jaar.

  1. De rei-test
    Leg een rechte lat van 2 meter op de vloer en schuif hem rond. Ziet u meer dan 3 mm licht onder de lat, dan egaliseert u eerst.
  2. De holte
    Juist de plek waar u niets ziet. Markeer hem meteen met potlood.

Buiten gaat het niet om vlakheid maar om draagkracht: de grond moet verdicht zijn en water doorlaten. Op klei- en veengrond — grote delen van Nederland — blijft de ondergrond jaren nazakken; wees daar extra royaal met de puinlaag.

Welke ondergrond is geschikt voor natuurstenen tegels?

De rei-test: een lat van 2 meter en de holte eronder

4. Gereedschap

Dit heeft u nodig. Het meeste heeft u al of leent u; de trilplaat huurt u per dag.

Twaalf stuks gereedschap
  1. Rei van 2 meter
    Een kaarsrechte aluminium lat. Hiermee trekt u zand vlak en controleert u of een vloer vlak is.
  2. Waterpas
    Minstens 60 cm. Een kleintje liegt over een groot vlak.
  3. Rubberhamer
    Om een tegel aan te kloppen zonder hem te beschadigen.
  4. Lijmkam
    Een troffel met tanden. De tandmaat (8, 10 of 12 mm) bepaalt hoeveel lijm er onder komt.
  5. Emmers en een mengspaan
    Twee emmers: één om te mengen, één met schoon water.
  6. Voegrubber
    Een plaat rubber op een handvat waarmee u voegmortel inwast.
  7. Tegelsnijder of haakse slijper met diamantschijf
    Voor natuursteen zaagt u nat; dat scheelt stof én uitbrokkelen.
  8. Koordlijn of kruislijnlaser
    Om uw eerste rij kaarsrecht te krijgen. Alles daarna volgt die lijn.
  9. Trilplaat (huren)
    Alleen buiten, om de puinlaag te verdichten. Ongeveer € 40 per dag.
  10. Kruiwagen en schep
    U verplaatst bij een terras van 20 m² al snel vier ton materiaal.
  11. Kniebeschermers
    Geen luxe. U werkt dagen op uw knieën.
  12. Handschoenen en een stofbril
    Cement droogt uw handen uit en zagen geeft splinters.

5. Weer en seizoen

  • Niet onder 5 °C. Lijm en voegmortel binden dan niet af. Kijk ook naar de nacht, niet alleen naar de dag.
  • Niet in de volle zon. Lijm droogt dan uit voordat de tegel erin ligt. Werk 's ochtends, of span een zeil.
  • Niet met regen op komst. Een verse voeg spoelt uit. In Nederland en België zijn april tot oktober de veilige maanden.
  • Natuursteen is nat zwaarder en gladder. Leg tegels niet op een nat pad te wachten.

6. Levering en lossen

Uw bestelling komt op pallets. Een pallet weegt al snel een ton, dus kijk vooraf naar de route van de vrachtwagen tot uw tuin.

  • Is de straat bereikbaar voor een vrachtwagen met laadklep?
  • Waar mag de pallet staan? Hij hoort op een vlakke, verharde ondergrond.
  • Een pallet komt niet door een gewone tuinpoort. Reken op kruien.
  • Lukt dat niet, dan kunt u bij het afrekenen lossen met een heftruck bijbestellen.

Gewicht, bereikbaarheid en lossen Onze leveringsvoorwaarden

Deel 2

Negen situaties, stap voor stap

In elke tekening staan alleen nummers. Wat die nummers betekenen leest u ernaast, in gewone taal.

Situatie S1

Terras op volle grond

Het gewone tuinterras: u graaft de tuin uit en bouwt laag voor laag een bodem op die het gewicht draagt en water doorlaat.

Doorsnede: Terras op volle grond

Wat ligt waar?

  1. De terrastegel (3 cm)
    De steen zelf. U legt hem niet strak tegen de buurtegel aan, maar laat er 3 tot 5 mm ruimte tussen. Die ruimte heet de voeg en vult u helemaal aan het eind.
  2. Het legbed: split (NL) of stabilisé (BE)
    Het bedje waar de tegel in komt te liggen en waarmee u hem waterpas krijgt. In Nederland is dat 3 tot 5 cm split 0/5 — fijn gebroken steentjes, per big bag bij de bouwmarkt. In België werkt men met 8 tot 10 cm stabilisé: een half-droog mengsel van zand en cement dat na het leggen uithardt.
  3. De draaglaag: gebroken puin 0/31,5 (20 cm)
    Dit is de laag die het werk doet. Gebroken puin is bouwpuin in korrels van heel fijn tot 31,5 mm; juist die mengeling haakt in elkaar en blijft liggen. Breng het in twee lagen van 10 cm aan en ga over elke laag met een trilplaat (te huur, ongeveer € 40 per dag).
  4. Uw eigen ondergrond
    De tuingrond die overblijft nadat u heeft uitgegraven. Woont u op klei of veen — grote delen van Nederland — dan zakt die grond nog jaren na. Verdicht hem daarom extra en wees niet zuinig met de puinlaag erboven.

De fout die wij het vaakst zien: te weinig uitgraven.

Zonder die 20 cm verdicht puin ligt uw terras na één natte winter golvend. Opnieuw beginnen kost meer dan goed beginnen.

Wat heeft u nodig?

  • Gebroken puin 0/31,5 — reken op 0,2 m³ per m²; wordt per big bag of per ton geleverd
  • Split 0/5 (NL) of stabilisé (BE) — 0,05 m³ per m²
  • Geotextiel (worteldoek) — houdt de puinlaag en de grond uit elkaar
  • Opsluitband of boordsteen + wat beton — voor de randen
  • Vorstbestendige voegmortel, 3-5 mm
  • Trilplaat (huren) — ± € 40 per dag
  • Rei van 2 m, waterpas, rubberhamer, koordlijn, kruiwagen

Situatie S2

Terras of balkon op tegeldragers

Op een dakterras of balkon mag u niet graven en moet het water weg kunnen. Daarom zet u de tegels op pootjes in plaats van in zand.

Doorsnede: Terras of balkon op tegeldragers

Wat ligt waar?

  1. De terrastegel (3 cm)
    De voeg blijft hier open, 3 tot 4 mm. Regenwater loopt er gewoon doorheen en onder de tegels door naar de afvoer van het dak.
  2. De verstelbare tegeldrager
    Kunststof pootjes die u in hoogte draait, van 2 tot 20 cm. Er zitten nokjes op die meteen de voegbreedte bepalen. U zet er vier onder elke tegel, op de hoeken. Zo ligt uw terras waterpas terwijl het dak eronder gewoon afschot houdt.
  3. Een beschermmat op de dakbedekking
    Een mat van rubber of vilt tussen de pootjes en het dak. Zet een drager nooit rechtstreeks op bitumen: op warme dagen drukt hij zich erin en dan lekt het dak.
  4. Het bestaande dak of balkon
    Daar verandert niets aan. Het afschot dat er al in zit blijft doen wat het moet doen.

Travertin van 3 cm op vier pootjes draagt niet elk formaat.

Houd het bij 40 × 60 cm, of zet een vijfde drager in het midden. Twijfelt u? Bel ons even met uw tegelmaat erbij.

Controleer ook wat uw dak mag dragen: natuursteen weegt ongeveer 80 kg per m², inclusief dragers.

Wat heeft u nodig?

  • Verstelbare tegeldragers — vier per tegel; let op het bereik in cm dat u nodig heeft
  • Beschermmatjes (rubber of vilt) — tussen drager en dakbedekking
  • Rubberhamer en waterpas
  • Eventueel een randprofiel — om de open rand af te werken

Situatie S3

Zwembadrand met hoekstukken

De rand rondom het bad. Hier telt niet het gewicht maar de richting van het water en de grip onder blote voeten.

Doorsnede: Zwembadrand met hoekstukken

Wat ligt waar?

  1. De randsteen met neus (3 cm)
    De afgeronde rand steekt 2 tot 3 cm over de waterlijn uit. Daardoor druipt water terug in het bad in plaats van onder de steen te lopen. Voor de hoeken bestaan kant-en-klare hoekstukken — model a of model b, afhankelijk van de vorm van uw bad.
  2. Vorstbestendige lijm
    Buiten gebruikt u flexibele tegellijm van de klasse C2TE S1; die letters staan gewoon op de zak. Smeer volvlaks, dus zonder holtes: water dat in een holte onder een randsteen vriest, drukt hem kapot.
  3. De betonnen opstand van het bad
    De rand van het zwembad zelf. Die moet schoon, droog en stofvrij zijn; eerst primeren, anders hecht de lijm op stof in plaats van op beton.
  4. De ondergrond
    Daarbuiten sluit u aan op het terras, dat u volgens S1 opbouwt.

Het afschot loopt ván het water weg, niet ernaartoe.

De voeg tussen randsteen en bad is een elastische kitvoeg, geen voegmortel: beton en steen werken, en een harde voeg scheurt.

Wat heeft u nodig?

  • Flexibele tegellijm C2TE S1 — vorstbestendig, buiten
  • Neutrale sanitairkit (hoeken en dilatatie) — voor de voeg tegen het bad
  • Vorstbestendige voegmortel, 3-5 mm — voor de voegen tussen de randstenen onderling
  • Lijmkam, rubberhamer, waterpas, natte steenzaag

Situatie S4

Tuinpad, stapstenen en opstapjes

Het makkelijkste project om mee te beginnen. Een pad draagt alleen mensen, dus de opbouw mag de helft lichter dan bij een terras.

Doorsnede: Tuinpad, stapstenen en opstapjes

Wat ligt waar?

  1. De tegel of stapsteen
    Een doorlopend pad voegt u dicht. Losse stapstenen in het gras laat u juist open; leg ze dan 1 cm onder het maaiveld, dan rijdt de maaier er zonder schade overheen.
  2. Split 0/5 (3-5 cm)
    Het legbed. Trek het vlak met een rei — een rechte aluminium lat van 2 meter — en leg de steen erin.
  3. Gebroken puin (10 cm)
    De draaglaag. Voor een pad is de helft van een terrasfundering genoeg, omdat er nooit een auto op komt.
  4. De ondergrond
    Steek eerst de graszoden eraf en voer ze af. Laat u gras onder het pad zitten, dan verteert het en zakt uw pad precies daar weg.

Een pad zonder kantopsluiting waaiert binnen twee jaar uit.

Zet links en rechts een opsluitband of boordsteen in een bedje beton. Dat is het enige onderdeel waar u beton voor nodig heeft.

Wat heeft u nodig?

  • Gebroken puin 0/31,5 — ± 0,10 m³ per m²
  • Split 0/5 — ± 0,05 m³ per m²
  • Opsluitband of boordsteen + beton
  • Spade, kruiwagen, rei, rubberhamer

Situatie S5

Oprit of parkeerplek

Hier is ons antwoord eerlijk ongemakkelijk: onze terrastegels van 3 cm zijn niet gemaakt om een auto te dragen. Deze tekening laat zien waarom het misgaat.

Doorsnede: Oprit of parkeerplek

Wat ligt waar?

  1. Terrastegel van 3 cm onder een auto
    Een auto zet zijn hele gewicht op vier kleine vlakken neer, telkens op dezelfde plek. Natuursteen van 3 cm breekt daar — niet meteen, maar in het tweede of derde jaar, en altijd in de wielsporen.
  2. Split
    Onder puntlast schuift split opzij. De tegel verliest zijn steun in het midden en ligt dan te dragen op zijn randen.
  3. Puinfundering van 20 cm
    Ruim voldoende voor mensen en tuinmeubels, te licht voor de aslast van een auto.
  4. De ondergrond
    —

Wilt u toch natuursteen op de oprit?

Dan hoort daar een betonnen onderplaat onder, een fundering van 30 tot 40 cm en een veel dikkere steen. Bel ons gerust — wij denken mee over een oplossing, maar wij verkopen u hiervoor geen tegels van 3 cm.

Wat heeft u nodig?

  • Niets — dit is het ene scenario waarvoor wij u niets verkopen
  • Wel bruikbaar: een gesloten terras naast de oprit — zodat u de look toch krijgt

Situatie S6

Buitentrap en traptreden

Een trap is rekenwerk vóór legwerk. Als elke trede even hoog is, loopt hij vanzelf prettig; wijkt één trede af, dan struikelt iedereen daar.

Doorsnede: Buitentrap en traptreden

Wat ligt waar?

  1. De traptrede met neus (3 cm)
    Het vlak waar u op stapt heet de aantrede en is minimaal 30 cm diep. De neus steekt 2 tot 3 cm over. Geef elke trede 1% afschot naar voren, dan blijft er geen plas op staan.
  2. Vorstbestendige lijm (C2TE S1)
    Volvlaks aanbrengen. Een holte onder een trede is precies de plek waar water in vriest en de steen loskomt.
  3. De betonnen trapkern
    De hoogte per trede heet de optrede en ligt tussen 15 en 18 cm. Gebruik de oude vuistregel: 2 × optrede + aantrede moet tussen 57 en 63 cm uitkomen. Bij 17 cm optrede hoort dus ongeveer 30 cm aantrede.
  4. De fundering onder de onderste trede
    Zet die vorstvrij aan, dieper dan de rest. Anders komt de trap in de winter omhoog en scheurt hij los van het terras.

Zet eerst alle treden droog uit, zonder lijm.

Dan ziet u of de verdeling klopt vóórdat er iets vastzit. Komt u boven of onder net niet uit, verdeel het verschil dan over alle treden — nooit over één.

Wat heeft u nodig?

  • Flexibele tegellijm C2TE S1 — vorstbestendig
  • Vorstbestendige voegmortel, 3-5 mm
  • Rei, waterpas, rolmaat, potlood, natte steenzaag

Situatie S7

Binnenvloer, met of zonder vloerverwarming

Binnen wordt niet in zand maar in lijm gelegd. Het hele verhaal draait om één vraag: is de ondergrond vlak en stabiel genoeg?

Doorsnede: Binnenvloer, met of zonder vloerverwarming

Wat ligt waar?

  1. De vloertegel (1,2 cm)
    Binnen volstaat 1,2 cm. De voeg is smaller dan buiten: 2 tot 3 mm. Langs elke muur laat u 8 tot 10 mm vrij — dat is de dilatatievoeg, de ruimte die de vloer nodig heeft om te mogen uitzetten. U werkt hem later weg onder de plint.
  2. Flexibele witte tegellijm (C2TE S1)
    Kam de lijm uit met een lijmkam van 8 tot 10 mm. Neem wítte lijm: travertin en marmer zijn licht en doorschijnend, grijze lijm schemert erdoorheen en maakt de vloer vlekkerig.
  3. De dekvloer (NL) of chape (BE)
    De zandcementlaag waar de leidingen van de vloerverwarming in liggen. Nieuw aangebracht? Dan moet die eerst uitharden — reken op ongeveer 28 dagen — en daarna stapsgewijs opgestookt worden volgens het opstookprotocol.
  4. De isolatie
    Houdt de warmte in de kamer in plaats van in de kruipruimte.
  5. De draagvloer
    Leg een rei van 2 meter op de vloer: zit er meer dan 3 mm licht onder, dan egaliseert u eerst. Een tegel van natuursteen volgt elke oneffenheid en breekt op een holte.

Vloerverwarming vraagt geduld, geen ander materiaal.

Tegel pas als de dekvloer is uitgehard en zet de verwarming daarna stap voor stap aan. Te snel opstoken is de meest voorkomende oorzaak van scheuren in de voegen.

Wat heeft u nodig?

  • Witte tegellijm (voor lichte natuursteen) — lijmkam 8-10 mm
  • Voegmortel binnen, 2-3 mm
  • Egaliseermiddel — alleen als de rei meer dan 3 mm licht laat zien
  • Neutrale sanitairkit (hoeken en dilatatie) — voor de dilatatievoeg langs de wanden
  • Tegelsnijder of haakse slijper met diamantschijf
  • Kruislijnlaser of koordlijn, lijmkam, rubberhamer, voegrubber

Situatie S8

Badkamer en inloopdouche

De enige plek in huis waar niet de tegel maar de laag erónder uw huis beschermt. Hier wordt het vaakst beknibbeld, en hier is dat het duurst.

Doorsnede: Badkamer en inloopdouche

Wat ligt waar?

  1. De tegel of mozaiek
    Rondom het putje werkt mozaiek beter dan een grote tegel: kleine stukjes volgen het trechtertje naar de afvoer zonder dat u hoeft te zagen.
  2. Flexibele tegellijm (C2TE S1)
    Dezelfde lijm als in de woonkamer, maar aangebracht op de waterdichting — niet rechtstreeks op de dekvloer.
  3. De waterdichting met kimband
    Een vloeibare of folie-achtige laag over het hele natte vlak, met kimband in elke hoek en op elke naad. Dít is wat voorkomt dat uw plafond beneden nat wordt. Voeg en tegel zijn dat niet.
  4. De afschotlaag
    Een laag die naar het putje toe afloopt, 1 tot 2 cm per meter. Maak hem in de hele doucheruimte, niet alleen in het vierkantje onder de douchekop.
  5. De draagvloer
    —

Hoeken en de aansluiting op de wand krijgen kitvoeg, geen voegmortel.

Een harde voeg in een hoek scheurt, want daar komen twee vlakken samen die allebei bewegen.

Twijfelt u over de waterdichting? Dat is het ene onderdeel waarvoor wij u aanraden een vakman te laten kijken.

Wat heeft u nodig?

  • Waterdichtingssysteem met kimband — koop folie, band en hoekstukken als één systeem van één merk
  • Flexibele tegellijm C2TE S1
  • Voegmortel binnen, 2-3 mm
  • Neutrale sanitairkit (hoeken en dilatatie) — voor alle hoeken en aansluitingen
  • Afschotmortel of een kant-en-klaar afschotelement

Situatie S9

Wand- en gevelbekleding

Aan een wand werkt de zwaartekracht tegen u. Binnen houdt lijm het ruimschoots; buiten komen regen, vorst en zon erbij.

Doorsnede: Wand- en gevelbekleding

Wat ligt waar?

  1. De wandtegel
    Binnen mag u tot ongeveer 3 meter hoogte alles lijmen. Daarboven, of bij tegels zwaarder dan 40 kg per m², hoort er ook een mechanische bevestiging in — een anker of een klem die het gewicht draagt als de lijm ooit loslaat.
  2. Lijm C2TE S1, wit
    Volvlaks, dus ook de hoeken van de tegel. Bij een buitengevel is 100% dekking geen overdrijving: in elke holte komt water, en water dat bevriest zet uit.
  3. De stuc- of uitvlaklaag
    Klop los stucwerk er eerst af. Lijm hecht op de ondergrond, nooit op stof of op een laag die zelf al loslaat.
  4. De draagmuur
    Buiten houdt u een ventilatiespouw aan, zodat de muur erachter kan drogen.

Buiten is zwaarder dan binnen.

Boven 3 meter, bij grote formaten of bij een gevel aan de regenzijde is lijm alleen niet genoeg. Vraag het ons voordat u bestelt — dan rekenen we het gewicht per m² even samen uit.

Wat heeft u nodig?

  • Witte tegellijm (voor lichte natuursteen) — volvlaks aanbrengen
  • Voegmortel binnen, 2-3 mm
  • Mechanische ankers of klemmen — boven 3 m of bij meer dan 40 kg/m²
  • Stelhoutjes of tegelwiggen — om de onderste rij te stutten tot de lijm pakt

Deel 3

Uitzetten, zagen en het verband

Legplan: startkruis in het midden, snijstukken aan de randen

Begin in het midden, niet bij de muur

  1. Zet een kruis uit in het midden
    Meet beide richtingen op en span twee lijnen door het midden. Dit kruis is uw startpunt.
  2. Leg eerst alle hele tegels
    Vanuit het kruis naar buiten. Zo blijft het patroon symmetrisch.
  3. De snijstukken komen aan de randen
    Houd ze minstens een derde van een hele tegel. Een smal strookje langs de zichtzijde van de kamer verraadt dat er niet is uitgezet.

Leg altijd eerst een paar vierkante meter droog, zonder lijm. Natuursteen heeft kleurverschil; door uit meerdere dozen tegelijk te pakken verdeelt u dat over de vloer in plaats van het te verzamelen op één plek.

Zagen zonder afbrokkelen Grote of kleine tegels

De module van het Romeins verband, 120 bij 120 cm

Romeins verband: vier maten, één module

Een roman set bestaat uit vier verschillende tegelmaten die samen een vierkant van 120 × 120 cm vormen — 1,44 m². U legt die module steeds opnieuw, telkens een halve module verschoven, zodat er geen doorlopende voeg ontstaat.

  1. 20 × 20 cm
    het kleinste blokje, twee per module.
  2. 20 × 40 cm
    het liggertje, één per module.
  3. 40 × 40 cm
    twee per module.
  4. 40 × 60 cm
    de grootste, vier per module.

Patroon, startpunt en verdeling

Deel 4

Voegen

Wacht tot de lijm volledig droog is — meestal een etmaal. Voegen in natte lijm gaat altijd mis.

  1. De gewone voeg
    Buiten 3 tot 5 mm, binnen 2 tot 3 mm. U wast de mortel diagonaal in met een voegrubber, zodat u hem niet weer uit de voeg trekt. Veeg na een kwartier af met een vochtige spons, en neem het laatste waas de volgende dag weg.
  2. De bewegingsvoeg
    In elke hoek, langs elke wand en rondom het putje gebruikt u geen harde mortel maar elastische kit. Die plekken bewegen; een harde voeg scheurt daar altijd.

Gebruik nooit zuur om voegresten weg te halen. Travertin en marmer zijn kalksteen: zuur vreet de steen aan en laat doffe plekken na.

Kleur, voegbreedte en droogtijd Cementsluier verwijderen Dilatatievoegen

Voegbreedte en de elastische voeg in de hoek

Deel 5

Schoonmaken en impregneren

  1. Laat het werk eerst drogen
    Minstens twee weken. Vers werk bevat nog bouwvocht en dat moet eruit voordat u de steen afsluit.
  2. Haal de cementsluier weg
    De lichte waas van voegmortel. Met een zuurvrij middel — zuur beschadigt kalksteen.
  3. Impregneer in twee lagen
    Met een vachtroller of plantenspuit, op een droge steen, bij 10 tot 25 °C. Neem overtollig middel binnen een kwartier af met een doek: wat blijft staan, droogt vlekkerig op.
  4. Test eerst op een reststuk
    Impregneren kan de kleur een fractie dieper maken. Op een afgezaagd stukje ziet u dat vooraf.

Wanneer, waarom en hoe Wanneer opnieuw impregneren?

Deel 6

Onderhoud door het jaar

  • Wekelijks — vegen of stofzuigen, en dweilen met een pH-neutrale reiniger. Meer is het niet.
  • Voorjaar — groene aanslag verwijderen. In ons klimaat komt die op elk terras terug; borstel en water volstaan meestal.
  • Najaar — blad weghalen voordat het gaat rotten. Natte bladeren geven bruine vlekken die diep intrekken.
  • Winter — géén strooizout. Zout tast kalksteen aan. Gebruik zand of split tegen gladheid.
  • Nooit — azijn, ontkalker, gootsteenontstopper of een hogedrukreiniger op volle druk.

Week- en jaarschema Waarom azijn schadelijk is Terras winterklaar maken

Veelgestelde vragen

Kan ik natuursteen zelf leggen, zonder ervaring?

Ja, voor de meeste situaties wel. Een tuinpad of een terras van 15 à 20 m² is een prima eerste project: het werk is zwaar maar niet ingewikkeld, en een fout is nog te herstellen. Laat een inloopdouche, een vloer op vloerverwarming of een gevel boven drie meter liever door een vakman doen — daar is een fout duur en pas achteraf zichtbaar.

Hoeveel tegels moet ik bestellen?

Meet het oppervlak op en tel er 10% bij voor zaagverlies. Legt u in een patroon of diagonaal, reken dan 15%. Bestel liever in één keer te veel dan achteraf bij: natuursteen komt uit een natuurlijke laag en een nabestelling kan net iets anders van kleur zijn.

Wat is het verschil tussen split en stabilisé?

Split is los gebroken steentjes: u legt de tegel erin en kunt hem nog bijstellen. Dat is de Nederlandse gewoonte. Stabilisé is een half-droog mengsel van zand en cement dat uithardt; dat is de Belgische gewoonte en geeft een vastere, maar minder vergevingsgezinde ondergrond. Beide werken, als de laag eronder maar goed verdicht is.

Hoeveel afschot heeft een terras nodig?

Anderhalve centimeter per meter, altijd ván de gevel af. Op een terras van 4 meter diep betekent dat 6 cm hoogteverschil. Zonder dat blijft water op uw terras staan en in de winter bevriest dat.

Mag ik een auto op natuurstenen tegels parkeren?

Niet op tegels van 3 cm. Een auto zet zijn gewicht telkens op dezelfde kleine vlakken, en de steen breekt daar binnen een paar jaar. Wilt u natuursteen op de oprit, neem dan contact met ons op — dat vraagt een andere opbouw en een andere steen.

Moet ik natuursteen impregneren?

Buiten is het verstandig, binnen is het bijna altijd aan te raden en in de keuken en badkamer echt nodig. Impregneren maakt de steen niet waterdicht maar vuilafstotend: u heeft langer de tijd om een vlek weg te nemen voordat hij intrekt.

Kan ik in de winter leggen?

Beneden 5 °C niet. Lijm en voegmortel binden dan niet goed af en vorst in een verse voeg maakt hem poederig. In Nederland en België zijn april tot oktober de veilige maanden; let daarbij ook op nachtvorst, niet alleen op de dagtemperatuur.

Hoe lang mag ik niet op mijn nieuwe terras lopen?

Bij een terras in split kunt u voorzichtig lopen zodra de voegen gevuld zijn. Bij gelijmd werk houdt u de tijd aan die op de zak staat, meestal 24 tot 48 uur, en wacht u met zware belasting nog een week.

Twijfelt u over uw eigen situatie?

Stuur ons de maten van uw terras, vloer of zwembad. Wij rekenen met u mee hoeveel u nodig heeft en zeggen eerlijk wanneer iets geen goed idee is.